Wanneer archeologie?

Archeologen kunnen natuurlijk niet zomaar overal gaan graven als ze daar zin in hebben. En jij en ik kunnen ook niet zomaar ons achtertuintje gaan omspitten tot zo?n 5 meter diep, om te kijken of daar misschien een Romeinse villa onder ligt.

Een opgraving wordt gedaan om bepaalde redenen. Het liefst laten archeologen de overblijfselen namelijk veilig in de grond zitten. Hoezo veilig, zou je zeggen. Nou, die Romeinse muurtjes, Middeleeuwse scherven of prehistorische vondsten liggen er al honderden of duizenden jaren. Ze worden in de grond dus goed bewaard. Als archeologen deze dingen uit de grond halen, vergaan ze sneller, doordat er bijvoorbeeld zuurstof bij komt. Ook zijn de technieken om bijvoorbeeld voorwerpen te dateren nu nog niet zo verontwikkeld als ze over 50 jaar zullen zijn. Misschien denken wij wel dat we de opgraving goed uitgewerkt hebben en een goed idee hebben over hoe die mensen op dat stukje grond hebben geleefd, maar misschien denken archeologen daar over 10 jaar wel heel anders over.

Voor het gravenZo zie je, dat het gevaarlijk is om op te graven.Want alles wat je uit de grond haalt, kan je er niet meer in stoppen. Je bent het - om het maar even hard, maar wel duidelijk te zeggen - voorgoed kwijt. Een ander, die later leeft, betere technieken en andere ideeën heeft, kan jou niet meer controleren. Later is men afhankelijk van alles wat jij zegt over de opgraving. Eigenlijk vinden archeologen dus 2 dingen: aan de ene kant is het heel goed om dingen op te graven,omdat je dan meer over de geschiedenis te weten komt. Aan de andere kant kan je die dingen beter in de grond laten zien, omdat opgraven betekent dat je het voorgoed kwijt bent.

Er moet echter nog veel gebeuren voorat er een schep in de grond gezet kan worden en de zoektocht naar de geschiedenis kan beginnen.

  • Allereerst moet er gekeken worden naar de omvang van het - voor de overblijfselen - bedreigde gebied.
  • Vervolgens moet er aan de gemeente, provincie of het Rijk, toestemming gevraagd worden om te graven in dat gebied. Je mag nooit zomaar ergens gaan graven. Bovendien moeten soms de bouwwerkzaamheden uitgesteld worden, omdat archeologie oponthoud in hun plannen veroorzaakt.
  • Daarna moet er gekeken worden wie er gaan opgraven. Hoezo denk je misschien. Dat mogen toch alleen archeologen? Natuurlijk is deze taak weggelegd voor de archeologen. (geholpen door vrijwilligers en studenten). Maar dit kunnen archeologen zijn die in dienst staan van universiteiten, het Rijk of stadsarcheologen.
  • Hierna wordt er onderzoek gedaan naar het gebied waar er eigenlijk gegraven moet gaat worden. Zit er eigenlijk wel wat in de grond? Op welke plekken bevinden zich de grootste concentraties overblijfselen? Uit wat voor tijd komen de vondsten? Ook wordt er gekeken naar het soort grond (zand, klei enz.). Hiervan is afhankelijk wat je kunt vinden. In zand blijven bijvoorbeeld hele andere dingen bewaard dan in klei.
  • Het laatste obstakel voordat er werkelijk gegraven moet worden is geld. Opgraven kost geld. Om de archeologen te betalen, geld voor de andere medewerkers die ingehuurd moeten worden, geld voor het gereedschap, geld voor de conservatie van bijzondere voorwerpen. Dit geld betaalt de archeoloog natuurlijk niet allemaal uit zijn eigen zak. Hiervoor klopt hij aan bij de gemeente, de provincie of het rijk.
  • Pas nadat deze dingen gebeurd zijn, kan de opgraving beginnen.

   
(c) 2007 NJBG / University of Texas